WAT IS HET PROBLEEM?
Mooie landschappen in Nederland verdwijnen als sneeuw voor de zon. Dorpen en steden offeren hun historische aanzicht, hun omringende landschap en speelveldjes op aan pretentieuze uitbreidingsplannen. Langs de buitenste stadswijken en de randen van dorpen verschijnen fonkelnieuwe bedrijventerreinen vol grote, lage en goedkope gebouwen.
Goedkope grond
Bijna elke gemeente reserveert grond voor de vestiging van nieuwe bedrijven. Maar dat aanbod overtreft de vraag naar bedrijfspanden ruimschoots. Gemeenten wringen zich daarom in allerlei bochten om bedrijven naar hún bedrijvencomplex te lokken. Ze maken de grond zo goedkoop mogelijk. Voor ondernemers is de keuze snel gemaakt: ze steken geen geld in de renovatie van bestaande panden, maar verhuizen naar een nieuw terrein.
Verlaten industrieterreinen
‘Oude’ industrieterreinen worden verlaten, ook al zijn ze soms nog maar tien tot vijftien jaar oud. De gebouwen verloederen, komen leeg te staan en moeten tegen hoge maatschappelijke kosten weer opgekalefaterd worden. Soms vestigen ‘publiekstrekkers’ als tandartspraktijken of sportscholen zich in de leegstaande gebouwen. Maar die locaties zijn vaak alleen per auto bereikbaar, waardoor het autoverkeer toeneemt.
Verrommelend platteland
Ook op het platteland verschijnen tussen de weilanden steeds meer bedrijven die het landschap ‘verrommelen’. Boeren houden ermee op en verkopen hun boerderijen. Autohandelaren, kassen of grootschalige kwekerijen van potplanten duiken overal op, als steenpuisten in het groene landschap. Grote maneges geven de streek een volstrekt ander karakter, met hun witte lintafzettingen, zandbakken en ruiterpaden.
Decentralisatie?
In de Nota Ruimte geeft de regering veel verantwoordelijkheid aan lagere overheden: gemeenten maken de bouwplannen. Die decentralisatie lijkt prachtig. Maar juist in ons kleine kikkerlandje moeten die gemeenten dan wel bereid zijn om te overleggen, het ruimtegebruik op elkaar af te stemmen en dus níet allemaal eigen bedrijventerreinen aan te leggen. En daar schort het aan.






